Zoon van een dominee

(John Hurley / Ronnie Wilkins, NL tekst Gert-Jan Kooren)

Willem was de zoon van een dominee
Hij kwam bij ons thuis met z'n vader mee
En als z'n pa begon te preken
Zag ik hoe Willems ogen keken
Smachtend wachtend op een teken
En ik was op slag betoverd
Willem had m'n hart veroverd

De éne man die m'n wezen raakte
Was de zoon van een dominee
De jongen die me wijzer maakte
Was de zoon van een dominee

Wat een man, man, oh wat een man

Zuiver blijven is niet zo eenvoudig
Maar ik heb het geprobeerd
Willem wist precies wat-ie moest zeggen:
"Zoiets prachtigs kan toch niet verkeerd zijn?"
"Als het fijn is, kan het niet verkeerd zijn"?"
"Kan je laat vanavond bij het meer zijn?"

De éne man die m'n wezen raakte
Was de zoon van een dominee
De jongen die me wijzer maakte
Was de zoon van een dominee

Wat een man, man, oh wat een man
Wat een man

'k Zie het zo nog voor me
Z'n blik als-ie dicht bij mij was
Stiekem zoenen als niemand er bij was
Bijna continu – bij mij
Helemaal van mij – zei hij
Zoveel samen te ontdekken
Al die onbekende plekken

De éne man die m'n wezen raakte
Was de zoon van een dominee
De jongen die me wijzer maakte
Was de zoon van een dominee

Wat een man, man, oh wat een man