Bij de Waddenzee

(Eric Stewart, Graham Gouldman, NL tekst Henkjan Heming)

Ik was even een blokje om
Kon de slaap nog niet vatten
Er klonk een boze stem achter mij
Of ik met hem wilde matten

Vier kerels, één kwaad
Dreigende gebaren
Bekeken me van top tot teen
En bleven maar staren

Ik zei, ik wil niet kaatsen, ik moet 't
Ik wil niet kaatsen, ik moet 't

En, begrijp me nou goed
Ik ben echt zo weer weg
Ja, begrijp me nou goed
Je verstaat toch wel wat ik zeg

Toen pakte hij mij snel bij de hand
En zag mijn nieuwe horloge
Ik zei: hé, hé effe dimmen vent
Die kreeg ik pas van mijn Toosje

Hij zei, een mooie, ik wil 'm
Ik neem hem van je over
't Is spijtig voor je en voor Toos
Maar ja, je bent nu eenmaal ver van huis
En je hoort hier niet thuis.

Ik zei, ik wil geen skutsjes, ik moet ze
Ik wil geen skutsjes, ik moet ze

Ok, ik ben hier te gast
En ik kom uit Den Haag
Maar versta al wat Fries
Al begrijp ik het nog wat traag

Op een draf terug naar het hotel
Berenburger met cola
Een hese stem naast me zuchtte diep
Korte rok en een stola

Tweehonderd euro voor jou
Als ik nu met je mee ga
Ik laat je 't mooie Friesland zien
Met sterren en met uitzicht hier op zee

Op de Waddenzee

Ik zei, ik wil geen Dokkum, ik moet 't
Ik wil geen Dokkum, ik moet 't

Ok, ik ben hier te gast
En ik kom uit Den Haag
Maar versta al wat Fries
Al begrijp ik het nog wat traag

Ik wil niet kaatsen, ik moet 't (bij de Waddenzee)
Ik wil geen skutsjes, ik moet ze (op de Waddenzee)
Ik wil geen Dokkum, ik moet 't (aan de Waddenzee)